Als u voor het plaatsen van zonnepanelen wilt wachten tot volgend jaar, omdat Vlaanderen dan subsidies geeft, dan kunt u geen gebruik meer maken van de terugdraaiende teller. Maar dat hoeft niet nadelig te zijn.

Als u zonnepanelen wilt installeren dan moest u zich tot voor kort alleen de vraag stellen of u overstapt naar de digitale meter of toch nog van het systeem van de terugdraaiende teller gebruik wilt blijven maken. In dat laatste geval moeten de zonnepanelen wel voor het eind van het jaar op uw dak liggen. Alleen dan kunt u nog 15 jaar het oude tellersysteem blijven gebruiken. Vanaf 2021 is dat definitief afgelopen en wordt de digitale meter de norm.



De terugdraaiende teller is vanaf 2021 definitief verleden tijd.

Maar afgelopen vrijdag maakte Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) bekend dat vanaf 2021 subsidies worden verleend voor het installeren van zonnepanelen. Er zal dus opnieuw gewikt en gewogen moeten worden.

Forfait versus reëel

Het verschil tussen de terugdraaiende teller en de digitale meter is dat de consument bij de eerste een forfaitair bedrag – het zogenaamde prosumententarief – betaalt voor het gebruik van het elektriciteitsnetwerk en dat bij de tweede het reële gebruik van het net kan worden berekend. Dat is mogelijk omdat de digitale meter apart registreert hoeveel exact van de zonnepanelenproductie op het net komt en hoeveel precies wordt afgehaald.

Die preciezere berekening hoeft echter niet in alle gevallen een hogere rekening op te leveren. Volgens ramingen van de Vreg, het Vlaamse controleorgaan voor de energiemarkt, zal zowat 60 procent van de zonnepaneleneigenaars minder betalen en 40 procent meer. Alles hangt af van het soort stroomconsument dat u bent en hoeveel elektriciteit van uw zonnepanelen u onmiddellijk gebruikt. Hoe hoger het onmiddellijk gebruik, hoe minder u een beroep op het net moet doen. Met de simulator op de website van de Vreg kunt u zelf de berekening maken.

Nu nog snel zonnepanelen plaatsen om de digitale meter buiten te houden is dus zeker niet in alle gevallen een noodzakelijke beslissing. En zelfs wie duurder uitkomt met het reële tarief moet die meerprijs afzetten tegen de subsidies die vanaf volgend jaar in Vlaanderen te verkrijgen zijn.

Bijsturing

De subsidies die Demir, aankondigde zijn toch wel aanzienlijk. Voor 2021 bedraagt de premie 300 euro per geïnstalleerde kilowattpiek voor de eerste 4 kilowattpiek en 150 euro per kilowattpiek voor de schijf tussen 4 en 6 kilowattpiek. Voor alles boven dat geïnstalleerd vermogen is er geen steun meer. Een installatie van 6 kilowattpiek of meer krijgt dus 1.500 euro steun.

Voor 2021 wordt in een budget van 32 miljoen euro voorzien. Als alle aanvragers de maximumpremie van 1.500 euro zouden krijgen, dan kunnen 21.333 gezinnen van de regeling profiteren. Maar mogelijk ligt dat aantal wat hoger omdat een gemiddelde installatie in Vlaanderen een vermogen van 4 kilowattpiek heeft, wat een premie van 1.200 euro oplevert.

Volgens het kabinet van Demir zal worden bekeken of het budget toereikend is. Mocht het succes groot zijn, dan kan voor het volgende jaar worden bijgestuurd.

De subsidiëring loopt over een periode van vier jaar en geldt alleen voor bestaande woningen met een bouwaanvraag voor 2014. Het komende jaar wordt het interessantste aangezien de bedragen daarna telkens met 75 en 37,5 euro per kilowattpiek zakken voor respectievelijk de eerste vier kilowattpiek en de schijf daarboven tot 6 kilowattpiek.

Bron artikel

Add Comment