Moeten we de economie naar Duits voorbeeld uit het dal halen? "We moeten de toekomst redden, niet het verleden"

De Belgische politiek staat voor een van de moeilijkste vraagstukken van de laatste decennia: hoe gaan we de economie redden, na alle schade die covid-19 heeft aangericht. Sommigen, zoals de Gentse econoom Koen Schoors, waarschuwen voor een worst case scenario. “We zijn de boot glorieus aan het missen.” Het Duitse voorbeeld kan inspiratie bieden.

Vandaag komt, wellicht voor het laatst, de superkern bijeen. Tien partijen die het samen eens moeten geraken over de te volgen weg uit de coronacrisis. Met als eerste en eigenlijk enige vraag: hoe kruipen we uit het economische dal dat het virus gegraven heeft? De vooruitzichten zijn niet goed. De vorige superkern baarde een muis, er werd wat afgepietst van de btw op de horeca, en er komen cadeaucheques voor werknemers.

Maar geen relanceplan die naam waardig. Laat staan dat er op die bijeenkomst van de regering met negen partijvoorzitters en Peter De Roover – want Bart De Wever gaat zelf niet naar die vergaderingen – een elan gevonden kan worden om ooit een volwaardige regering te vormen met een meerderheid in het parlement en een homogeen regeerprogramma. 

130 miljard

Tegen die achtergrond kan het wat wrang lijken dat de Duitsers al een relanceplan hebben afgeklopt: 130 miljard ligt er klaar om de economie te redden. En niet zomaar te redden, maar voor een groot stuk te tranformeren. Want behalve veeleer traditionele maatregelen als een btw-verlaging of wat extra kindergeld, gaat een forse hap van de 130 miljard naar innovatieve projecten, naar digitalisering, naar premies voor elektrische wagens of klimaatmaatregelen.

Die omslag naar een meer milieuvriendelijke economie mocht dus wat kosten. De traditioneel zuinige Duitsers besparen niet, maar gaan volop lenen om de geplande investeringen te financieren. De cijfers mogen voor een keertje rood kleuren. Het heeft er alle schijn van dat de Duitse economische suprematie binnen Europa nog groter gaat worden. 

Dat hoeft niet eens slecht nieuws voor België te zijn, dat economisch toch (gedeeltelijk) een Duitse provincie is: meer dan de helft van de Vlaamse export gaat naar het land van Mutti Merkel. 

Duitsers al uit de startblokken, de Belgen zelfs nog niet in het stadion

Maar het blijft natuurlijk een pijnlijke vaststelling: terwijl de Duitsers op twee dagen een plan uitdokterden (weliswaar na moeizame onderhandelingen tussen de regeringspartners vooraf) zit er nog altijd geen richting in de Belgische gesprekken over de economische relance of de regeringsvorming. Terwijl de Duitsers al uit de startblokken geschoten zijn, zijn de Belgen niet eens in het stadion gearriveerd.

“De Duitsers hebben begrepen hoe het moet”, zegt econoom Koen SChoors (UGent), “maar wij zijn de boot glorieus aan het missen. Zij hebben een plan en volgen dat. Maar wij veranderen hier keer op keer van mening, nemen kleine maatregelen, en lopen de publieke opinie achterna.” 

Ooit zal het moeten gebeuren

Ooit zal er dus over zoiets als een relanceplan beslist moeten worden, willen we uit het dal kruipen. De cijfers die de Nationale Bank vorige week publiceerde spreken boekdelen. 

Dit jaar krimpt de bedrijvigheid in België met negen procent. In 2021 zou die weer stijgen met 6,4 procent en in 2022 met 2,3 procent, maar aan het einde van dat jaar wel nog steeds vier procent lager dan bij het begin van covidcrisis afklokken. En het begrotingstekort stijgt dit jaar tot tien procent en blijft daarna nog steeds het dubbele van vóór de uitbraak van het virus. 

En voor de duidelijkheid: als het gaat over een relanceplan, gaat het niet over de EHBO van de voorbije weken, met steunmaatregelen om bedrijven te stutten waar zo goed als iedereen het mee eens is. Het gaat wél over een volwaardig plan op de langere termijn. Zonder zo’n plan dreigt een substantiële collectieve verarming. 

Geen geld

En toch meldde de gouverneur van de Nationale Bank, de Franstalige liberaal Pierre Wunsch, deze week dat een relancebeleid geen zin heeft. Kennelijk is het met die relance als met mondmaskers. Hebben we die (als land) niet gebruikt omdat er geen waren of omdat ze weinig zin hebben? Passen we met andere woorden voor een relancebeleid omdat we geen geld hebben of omdat het weinig zin heeft?  

Beide, volgens Wunsch. Volgens hem is er allereerst geen geld voor een relancebeleid, in tegenstelling tot landen als Nederland en Duitsland – stapte België met een wankele begroting de crisis in. In normale tijden hadden we nu (fors) moeten besparen. Bovendien heeft het allemaal weinig zin, denkt Wunsch. De gemiddelde koopkracht is door maatregelen als de tijdelijke werkloosheid onaangetast gebleven en zal de komende jaren zelfs met een procent stijgen. 

Als mensen geen geld uitgeven heeft dat niet te maken met een gebrek aan geld, en alles met de angst om te gaan winkelen of uit eten te gaan. Het consumentenvertrouwen staat op een dieptepunt sinds de covid-crisis.

Ook al geldt dat eigenlijk niet voor de laagste inkomens, die wel degelijk een forse tik gekregen hebben. Zo heeft van alle gezinnen met meer dan tien procent inkomensverlies, en dat zijn er nogal wat, 13 procent een buffer van minder dan een maand, 21 procent heeft een reserve van één tot drie maanden. 

Absurd

Dan maar geen relancebeleid? Geen of weinig investeringen in de economie, eens de lockdown voorbij is, zoals Wunsch bepleit? Econoom Paul De Grauwe vindt dat klinkklare onzin. “Ik begrijp eigenlijk niet waarom een gouverneur van de Nationale Bank zoiets zegt. Dat is absurd, en hij zou beter moeten weten. We zitten met een bijna existentiële crisis van het systeem. Als je moet blussen, ga je toch niet besparen op water? Er is bovendien geld: we kunnen aan buitengewoon gunstige tarieven lenen.” 

Het meningsverschil is in wezen ook het meningsverschil tussen de linkse en rechtse partijen in de superkern. Over de eerste fase van de economische relance, het redden van de bedrijven met tijdelijke maatregelen als de technische werkloosheid, was er amper discussie. Maar de langere termijn is een ander verhaal. Daar lijkt helemaal geen compromis mogelijk. N-VA bijvoorbeeld wil vooral de regels voor bedrijven versoepelen, ook de ontslagregels, PS wil een relanceplan van vele miljarden euro’s lanceren, ook om jobs te beschermen. 

Ondertussen in Duitsland

Terug naar Duitsland, met hun 130 miljard aan plannen (overigens bovenop een monsterplan uit maart dat 1000 miljard voorzag voor de ondersteuning van de bedrijven op korte  termijn). “Zij geven geld uit”, zegt De Grauwe, “dat is niets om beschaamd over te zijn.” 

Maar tegelijkertijd moet de enormiteit van de bedragen -ook een alarmbel doen afgaan. Dat Duitsland diepe zakken heeft, wisten we al. Berlijn liet vorig jaar een begrotingsoverschot van 13,5 miljard optekenen (tegen een tekort bij ons van negen miljard).

AFP or licensors

Maar nu mag dat geld ook echt gaan rollen. In normale tijden belet Europa (doorgaans) staatsteun aan privé-bedrijven. Nu niet. Waardoor de Duitsers onder aanvoering van Mutti Merkel, die haar laatste kunstje als kanselier opvoert, massaal geld pompen in hun bedrijven, zoals Lutfhansa. Het gevaar is dat straks niemand nog op kan tegen die Duitse economie. 

Met een boutade: de kans dat een zwak Duits bedrijf de crisis overleeft is groter dan dat een sterk Italiaanse bedrijf dat doet. Of, zoals de zaken er nu voorstaan, een Belgisch.

Waaraan geven de Duitsers geld uit?

Wat de Duitsers concreet doen? Aan de ene kant is er een vrij voorspelbaar pakket om de bestaande economie en de koopkracht te ondersteunen, in de geest van de maatregelen die ook in België de voorbije weken genomen werden: een btw-verlaging, een eenmalige extra kinderbijslag van 300 euro, een lagere stroomprijs voor bedrijven en gezinnen of overbruggingskredieten ter waarde van 25 miljard voor sectoren als de horeca, sport, cultuur en de reisindustrie, of staatssteun voor Deutsche Bahn en Lufthansa. 

Maar de rest van het pakket is vooruitstrevender. Er gaat vijftig (50!) miljard naar investeringen in digitalisering, nieuwe technologieën of het klimaat. Electrische en hybride wagens krijgen een enorme duw in de rug met een aankooppremie die aan conventionele wagens ontzegd wordt. Elk tankstation moet verplicht laadpalen installeren, en zo gaat het nog even door. Duitsland wil een omslag naar een meer duurzame en milieuvriendelijke economie, ook al omdat daar op termijn de economische groei zit. 

New Deal bis

Carsten Brzeski, hoofdeconoom van ING Duitsland, is vol lof over het plan en vergelijkt het met de New Deal, waarmee de Amerikaanse president Theodore Roosevelt de VS uit de grote depressie van de jaren dertig haalde. 

“Met het plan wil de regering vooral het vermogen om te groeien aanzwengelen”, zegt hij. “Door investeringen in infrastructuur – spoor en wegen – maar ook in digitale infrastructuur: 5G, breedband, digitale applicaties. Of in zonnepanelen, elektrische mobiliteit en hernieuwbare energie. Er gaat ook veel geld naar onderzoek: 7 miljard bijvoorbeeld voor het onderzoek naar waterstof (waarmee elektrische wagens aangedreven kunnen worden, nvdr). De boodschap is duidelijk, volgens Brzeski: “Probeer niet de ouderwetse sectoren te ondersteunen.”

Meer snelheid

Voor de volledigheid: de Vlaamse meerderheidsfracties stemden in het parlement een plan ter waarde van tien miljard euro voor investeringen in 5G, onderwijs, elektrisch rijden en hernieuwbare energie of innovatie. Zeg maar, een doorslagje van de Duitse plannen. Maar dat is niet meer dan een resolutie, waarmee de regering mag doen wat het wil. En bovendien zitten de belangrijkste beleidshendels – de fiscaliteit onder meer – op het federale niveau, niet in Vlaanderen.

Volgens Schoors is dit de te volgen weg. Er moet, denkt hij, geen relance- maar een transformatieplan komen. Eentje dat de economie grondig hertekent en klaar maakt voor de toekomst. “We moeten weer snelheid in de economie brengen, en dat doet je niet door cadeaus te geven. Een vervangingsinkomen tijdens een lockdown is prima, maar je kunt dat niet blijven doen. Anders krijg je een gat in de begroting van tientallen miljarden.”

Geen zombies in leven houden

Ook hij denkt, net als Wunsch, dat er niet zo zeer een probleem is met de koopkracht, tenzij voor de laagste inkomensgroepen. “We moeten vooral investeren in infrastructuur, in manieren om thuis te werken, in betere mobiliteit, in haveninfrastructuur, groene technologie, e-commerce, elektrische mobiliteit, in de productie van batterijen en de recyclage ervan. We zijn dat glorieus aan het missen.” 

Volgens Schoors komt het er nu op aan een toekomstplan te maken. “Waar denken we dat de wereld naartoe gaat? Sommige zaken gaan verdwijnen, laat ons daar geen geld in steken. We hebben ooit de scheepsbouw- en steenkoolindustrie gered. En toch zijn die kapot gegaan. Je kunt niet alle zombies in leven houden. Laat ons dus niet het verleden redden, maar de toekomst.”

Bron link

Add Comment